Je vennootschap draait goed. De facturen zijn betaald, de kosten zijn verwerkt en er staat eindelijk een mooi bedrag op de rekening.
Top.
Alleen één klein detail: dat geld is van je vennootschap. Niet van jou.
Je kunt dus niet zomaar €10.000 overschrijven naar je privérekening met als mededeling “voor mezelf 😎”.
Wil je geld uit je vennootschap halen, dan moet dat op een correcte manier gebeuren. Twee van de bekendste mogelijkheden zijn loon en dividend.
Maar wat is nu het interessantst?
Spoiler: meestal is het antwoord een combinatie van beide.
Eerst even: jouw BV is niet jouw portefeuille
Een vennootschap heeft een eigen vermogen en een eigen bankrekening.
Ook al bezit je 100% van de aandelen: het geld op de rekening van je BV kun je niet zomaar privé gebruiken.
Je moet het geld op een correcte manier uit de vennootschap halen.
Dat kan bijvoorbeeld via:
- een bezoldiging als bedrijfsleider;
- een dividend;
- terugbetaling van kosten eigen aan de vennootschap;
- bepaalde voordelen van alle aard;
- een rekening-courant;
- of in bepaalde situaties via andere technieken.
In dit artikel houden we het bij de twee grote klassiekers:
loon versus dividend.
Optie 1: jezelf loon betalen
Als bestuurder van je vennootschap kun je jezelf een bezoldiging als bedrijfsleider toekennen.
Dat is eigenlijk de meest logische manier om maandelijks geld vanuit je vennootschap naar privé te krijgen.
Je BV betaalt bijvoorbeeld iedere maand een bezoldiging van €3.000.
Mooi.
Maar de fiscus kijkt natuurlijk mee.
Wat gebeurt er fiscaal met je loon?
Een bezoldiging is voor je vennootschap in principe een beroepskost, voor zover aan de fiscale voorwaarden voor aftrekbaarheid is voldaan.
Dat betekent dat het loon de belastbare winst van je vennootschap kan verminderen.
Privé wordt die bezoldiging vervolgens belast in de personenbelasting.
En België zou België niet zijn als we daar geen belastingschijven voor hadden.
Voor inkomstenjaar 2026 lopen de tarieven in de personenbelasting op van 25% tot 50%.
Hoe hoger je belastbaar inkomen, hoe groter dus de kans dat een bijkomend stuk loon in een hogere belastingschijf terechtkomt.
En dan zijn we er nog niet.
Hallo, sociale bijdragen 👋
Als bedrijfsleider ben je doorgaans aangesloten als zelfstandige.
Je bezoldiging heeft daardoor ook invloed op de berekening van je sociale bijdragen.
Meer loon betekent dus niet automatisch:
meer geld op je privérekening.
Een deel gaat naar personenbelasting en een deel naar sociale bijdragen.
Daarom is “ik betaal mezelf gewoon zoveel mogelijk loon” zelden een fiscale strategie waar wij spontaan confetti voor bovenhalen.
Waarom zou je dan überhaupt loon nemen?
Omdat loon ook voordelen heeft.
Je hebt privé natuurlijk geld nodig om van te leven. Een structurele bezoldiging zorgt voor een voorspelbaar privé-inkomen.
Daarnaast speelt je beroepsinkomen een rol in je sociaal statuut en kan je bezoldiging belangrijk zijn voor bijvoorbeeld pensioenplanning en bepaalde fiscale optimalisaties.
Ook voor het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting kunnen voorwaarden rond de bezoldiging van een bedrijfsleider relevant zijn.
Je loon zomaar zo laag mogelijk zetten om belastingen te besparen, is dus niet noodzakelijk de slimste oplossing.
Optimaliseren is iets anders dan minimaliseren.
Optie 2: dividend uitkeren
En dan komen we bij het woord waar veel ondernemers plots opvallend geïnteresseerd van worden:
dividend.
Een dividend is een uitkering van winst aan de aandeelhouder.
Je ontvangt het geld dus niet omdat je werkt voor de vennootschap, maar omdat je aandeelhouder bent.
Dat verschil is belangrijk.
Een dividend is namelijk geen gewone beroepskost van je vennootschap.
Je vennootschap maakt eerst winst en betaalt daarop vennootschapsbelasting. Vervolgens kan een deel van de beschikbare winst — als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan — als dividend worden uitgekeerd.
Hoeveel belasting betaal je op een dividend?
Het gewone tarief van de roerende voorheffing op dividenden bedraagt in België 30%.
Een eenvoudig voorbeeld:
Je BV keert een bruto dividend uit van:
€10.000
Roerende voorheffing aan 30%:
€3.000
Netto op je privérekening:
€7.000
Niet bepaald gratis geld dus.
Maar gelukkig bestaan er onder bepaalde voorwaarden interessantere regimes.
Enter: VVPR-bis
VVPR-bis is een fiscaal gunstregime waarmee bepaalde kleine vennootschappen onder voorwaarden dividenden kunnen uitkeren tegen een verlaagd tarief van roerende voorheffing.
Daar zijn behoorlijk wat voorwaarden aan verbonden.
Onder andere het moment waarop de vennootschap werd opgericht, wanneer het kapitaal werd ingebracht, het soort aandelen en het tijdstip waarop het dividend wordt uitgekeerd, kunnen een rol spelen.
VVPR-bis is dus niet:
“Ik heb een BV, dus ik betaal minder belasting op mijn dividend.”
Was het maar zo eenvoudig.
Maar wanneer je aan de voorwaarden voldoet, kan het een bijzonder interessante manier zijn om op langere termijn geld uit je vennootschap te halen.
En dan is er nog de liquidatiereserve
Nog zo’n woord waarmee accountants verrassend enthousiast kunnen worden.
De liquidatiereserve.
Kleine vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden een deel van hun winst reserveren als liquidatiereserve.
Bij de aanleg daarvan wordt een afzonderlijke heffing betaald. Vervolgens kan de reserve, afhankelijk van de toepasselijke regeling en wachttermijn, later fiscaal voordeliger worden uitgekeerd.
Ook hier geldt:
timing is alles.
Het grote nadeel?
Je moet vooruitdenken.
Wie vandaag beslist dat hij morgen €50.000 privé nodig heeft, heeft weinig aan een fiscale techniek waarvoor eerst een bepaalde termijn moet verstrijken.
Daarom begint een goede dividendstrategie eigenlijk jaren vóór je het geld nodig hebt.
Dus… loon of dividend?
Nu wordt het interessant.
Stel dat je vennootschap €100.000 beschikbaar heeft.
Moet je jezelf dan €100.000 extra loon betalen?
Niet noodzakelijk.
Moet je dan alles als dividend uitkeren?
Ook niet noodzakelijk.
In veel situaties is het interessanter om te werken met een combinatie.
Je kunt bijvoorbeeld zorgen voor:
1. Een logisch loon
Voldoende privé-inkomen om comfortabel van te leven en afgestemd op je fiscale en sociale situatie.
2. Een kostenbeleid
Betaal je privé kosten die eigenlijk voor je vennootschap zijn? Dan moeten die uiteraard correct worden terugbetaald.
Waarom zou je €100 netto loon nodig hebben om een kost van de vennootschap privé te betalen?
3. Interessante voordelen
Een vennootschap kan bepaalde zaken ter beschikking stellen aan haar bedrijfsleider.
Denk bijvoorbeeld aan een wagen, smartphone, laptop of in bepaalde situaties andere voordelen.
Sommige daarvan leiden tot een belastbaar voordeel van alle aard.
4. Dividendplanning
Heb je structureel winst die je niet onmiddellijk privé nodig hebt?
Dan kunnen dividenden, VVPR-bis of een liquidatiereserve deel uitmaken van je langetermijnplanning.
En plots zijn we niet meer gewoon “geld uit de vennootschap aan het halen”.
We zijn aan het plannen.
€1.000 uit je BV is niet altijd €1.000 in je broekzak
Dat is misschien het belangrijkste om te onthouden.
Wanneer je vennootschap €1.000 beschikbaar heeft, bestaan er verschillende wegen om dat geld uiteindelijk privé te krijgen.
En iedere weg heeft een andere fiscale kost.
Bij loon heb je onder andere te maken met personenbelasting en sociale bijdragen, terwijl de bezoldiging voor de vennootschap in principe een kost kan vormen.
Bij een dividend komt het geld uit winst waarop de vennootschap in principe al vennootschapsbelasting heeft betaald en volgt bij uitkering doorgaans nog roerende voorheffing.
Daarom kun je loon en dividend niet simpelweg vergelijken door alleen naar één belastingpercentage te kijken.
Je moet naar het volledige plaatje kijken.
En hoeveel loon moet ik mezelf dan geven?
Aha.
Dat is de vraag.
En het vervelende antwoord is:
dat hangt ervan af.
Van hoeveel winst je vennootschap maakt.
Van hoeveel geld je privé nodig hebt.
Van je andere inkomsten.
Van je gezinssituatie.
Van je sociale bijdragen.
Van je pensioenplanning.
Van de leeftijd en historiek van je vennootschap.
Van de mogelijkheid om VVPR-bis of liquidatiereserves te gebruiken.
En vooral: van wat je de komende jaren met het geld wilt doen.
Een ondernemer die privé een woning wil kopen, heeft misschien een andere strategie nodig dan iemand die het geld nog tien jaar in zijn vennootschap kan laten zitten.
De fout die we liever vermijden
Veel ondernemers bekijken hun loon één keer wanneer ze hun vennootschap oprichten.
“We zetten dat voorlopig op €2.500.”
Prima.
En vijf jaar later?
Nog altijd €2.500.
Ondertussen is de omzet verdubbeld, maakt de vennootschap veel meer winst en staat er een serieus bedrag op de bankrekening.
Maar niemand heeft de strategie aangepast.
En precies daar kan veel geld blijven liggen.
Je loon- en dividendpolitiek zou eigenlijk mee moeten evolueren met je onderneming.
De Finsy-aanpak: niet zoveel mogelijk eruit. Wel zo slim mogelijk.
Bij Finsy kijken we liever verder dan:
“Hoeveel loon wil je deze maand?”
We willen weten hoeveel je vennootschap verdient, hoeveel je privé nodig hebt en wat je plannen zijn.
Daarna kunnen we bekijken welke combinatie van bezoldiging, kosten, voordelen, dividend en langetermijnplanning bij jou past.
Want geld verdienen met je vennootschap is één ding.
Zorgen dat er op een slimme manier voldoende van dat geld bij jou terechtkomt? Dat is minstens even belangrijk.
Jij onderneemt.
Wij zorgen dat je weet wat je met de centen kunt doen.

