Het einde van het jaar komt eraan.

Je belt met je boekhouder.

Die vertelt je dat je vennootschap een mooie winst heeft gemaakt.

Goed nieuws, zou je denken.

Maar dan gebeurt er iets vreemds.

Plots krijg je als ondernemer een onweerstaanbare drang om geld uit te geven.

Een nieuwe laptop. Een bureaustoel. Nog snel een smartphone. Misschien een nieuwe koffiemachine. En wacht… die televisie op kantoor begint er ook verdacht oud uit te zien.

Want:

“Anders moet ik er toch maar belastingen op betalen.”

Ho.

Stop.

Dit is waarschijnlijk één van de duurste zinnen die ondernemers tegen hun boekhouder zeggen.

Kosten maken om belastingen te besparen

We begrijpen waar het idee vandaan komt.

Je vennootschap maakt winst.

Op die winst betaal je vennootschapsbelasting.

Maak je een fiscaal aftrekbare beroepskost, dan verlaagt die kost in principe je belastbare winst.

Dus:

meer kosten = minder belastingen.

Tot daar klopt de redenering.

Maar ergens onderweg wordt daar soms van gemaakt:

meer kosten = meer geld overhouden.

En dát klopt niet.

Een klein rekensommetje

Stel dat je vennootschap €10.000 winst heeft.

We maken het bewust eenvoudig en veronderstellen voor ons voorbeeld dat die winst tegen 25% wordt belast.

Zonder extra uitgaven:

Winst: €10.000
Vennootschapsbelasting: €2.500
Over na belasting: €7.500

Nu besluit je op 28 december dat je dringend een toestel van €4.000 nodig hebt.

Waarom?

Tja.

Kosten maken.

We veronderstellen voor het voorbeeld even dat die €4.000 volledig en onmiddellijk fiscaal aftrekbaar zou zijn.

Je belastbare winst daalt dan naar €6.000.

Belasting aan 25%:

€1.500

Kijk!

Je hebt €1.000 belasting bespaard.

🎉

Alleen…

Je hebt wel €4.000 uitgegeven om die €1.000 te besparen.

Je vennootschap heeft na de aankoop en belasting nog €4.500 over.

Zonder die aankoop had ze €7.500 over.

Gefeliciteerd.

Je hebt €1.000 belasting bespaard…

en bent €3.000 armer.

Maar ik heb nu wel een nieuwe laptop

Absoluut.

En als je die laptop nodig had, is daar helemaal niets mis mee.

Dat is precies het verschil.

Een kost maken omdat je onderneming iets nodig heeft?

Prima.

Een investering doen waarmee je sneller kunt werken, meer omzet kunt genereren of je bedrijf kunt verbeteren?

Graag zelfs.

Maar iets kopen uitsluitend omdat je anders belastingen moet betalen?

Dat is geen fiscale optimalisatie.

Dat is shoppen met korting.

En die korting wordt betaald door de fiscus.

Voor een stukje.

“Maar het is 100% aftrekbaar!”

Nog zo eentje.

Wanneer iemand hoort dat een kost 100% fiscaal aftrekbaar is, lijkt het soms alsof er ergens in Brussel een ambtenaar klaarstaat om de volledige aankoop terug te betalen.

Helaas.

100% aftrekbaar betekent niet:

100% gratis.

Het betekent dat de volledige fiscaal aanvaarde kost in mindering kan komen van je belastbare resultaat.

Stel opnieuw dat een kost van €1.000 volledig aftrekbaar is en dat het toepasselijke belastingtarief in ons vereenvoudigde voorbeeld 25% bedraagt.

Dan kan die kost je ongeveer €250 vennootschapsbelasting besparen.

Maar je hebt nog altijd:

€1.000 uitgegeven.

Je nettokost bedraagt in die vereenvoudigde redenering dus nog steeds ongeveer:

€750.

Dat klinkt plots iets minder gratis.

De Finsy-vraag: zou je het ook kopen zonder fiscaal voordeel?

Dit is een heel eenvoudige test.

Je staat op het punt om €3.000 uit te geven met je vennootschap.

Vraag jezelf:

“Zou ik dit ook kopen als het helemaal niet fiscaal aftrekbaar was?”

Is het antwoord:

“Ja, want we hebben dit echt nodig.”

Prima. Dan bekijken we hoe de kost fiscaal behandeld moet worden.

Is het antwoord:

“Goh… eigenlijk niet.”

Dan is het misschien verstandig om je bankkaart nog even in je portefeuille te laten zitten.

Belastingen betalen is niet altijd slecht nieuws

We gaan iets zeggen wat misschien vreemd klinkt voor een accountantskantoor:

Belastingen betalen is niet per definitie slecht.

Sterker nog.

Als je vennootschap vennootschapsbelasting moet betalen omdat ze een mooie winst heeft gemaakt, betekent dat meestal dat er eerst iets positiefs is gebeurd.

Je hebt winst gemaakt.

En winst is handig.

Met winst bouw je eigen vermogen op.

Met winst creëer je een financiële buffer.

Met winst kun je later investeren.

Met winst kun je eventueel dividenden uitkeren.

Met winst kun je je onderneming sterker maken.

Een vennootschap die ieder jaar kunstmatig naar nul probeert te gaan omdat ze koste wat kost belastingen wil vermijden, bouwt weinig vermogen op.

En dan kan het plots heel stil worden wanneer er een minder jaar aankomt.

Cash is óók iets waard

Ondernemers kijken vaak naar hun resultaat, maar vergeten hun cashpositie.

Stel dat er €80.000 op je zakelijke rekening staat.

Dat voelt misschien als:

“Er staat veel te veel geld op.”

Maar cash geeft je mogelijkheden.

Een slechte klant die niet betaalt?

Geen ramp.

Een interessante investering?

Je kunt snel schakelen.

Een paar mindere maanden?

Geen paniek.

Een opportuniteit om iemand aan te werven?

Je hebt ruimte.

Een vennootschap met voldoende liquiditeiten geeft je als ondernemer vooral één bijzonder waardevol voordeel:

rust.

Je hoeft dus niet ieder jaar in december je bankrekening leeg te shoppen omdat de fiscus eraan komt.

Investeren is iets anders dan kosten maken

Hier maken we graag een belangrijk onderscheid.

Stel dat je bedrijf groeit en je koopt voor €10.000 nieuwe apparatuur waarmee je efficiënter kunt werken.

Die apparatuur levert je de komende jaren misschien €30.000 extra marge op.

Dat kan een uitstekende investering zijn.

Niet omdat je er belastingen mee bespaart.

Maar omdat je rendement verwacht.

Dat is hoe een ondernemer naar een uitgave zou moeten kijken:

Wat krijg ik ervoor terug?

Meer omzet?

Meer efficiëntie?

Meer capaciteit?

Meer kwaliteit?

Minder risico?

Tevreden medewerkers?

Een betere klantenervaring?

Dan kan een uitgave absoluut verstandig zijn.

De fiscale aftrek is vervolgens mooi meegenomen.

Niet andersom.

En wat met een nieuwe wagen?

December.

De winst ligt hoog.

En plots blijkt die auto die vorige week nog perfect reed…

“eigenlijk toch wel aan vervanging toe.”

Herkenbaar.

Een bedrijfswagen kan natuurlijk een perfect verantwoorde investering zijn.

Maar een wagen van €60.000 kopen enkel omdat je vennootschap winst heeft gemaakt, verdient wat meer denkwerk.

Bovendien zijn niet alle kosten zomaar volledig en onmiddellijk aftrekbaar. Voor investeringen spelen onder andere afschrijvingen een rol en voor autokosten gelden specifieke fiscale regels.

Dus nee:

Je koopt op 28 december geen wagen van €60.000 om vervolgens €60.000 van de winst van dat jaar af te trekken.

Zo werkt het feestje niet.

Hetzelfde geldt voor die MacBook

“Dan koop ik nog snel een MacBook van €3.000.”

Heb je hem nodig?

Koop hem.

Is je huidige laptop zes jaar oud, duurt Excel openen ongeveer even lang als een Belgische regeringsvorming en kun je efficiënter werken met een nieuw toestel?

Bestellen maar.

Heb je drie maanden geleden al een nieuwe gekocht en wil je nu nog eentje omdat “we toch kosten nodig hebben”?

Dan kunnen we misschien iets anders verzinnen.

Zoals…

geen €3.000 uitgeven.

Revolutionair concept, we weten het.

Niet iedere kost is trouwens volledig aftrekbaar

Er zit nog een tweede probleem in de strategie “we moeten kosten maken”.

Niet iedere euro die je vennootschap uitgeeft, verlaagt je belastbare winst met één euro.

Voor bepaalde kosten bestaan fiscale beperkingen.

Andere kosten moeten worden afgeschreven over meerdere jaren.

Sommige uitgaven hebben een privékarakter.

En sommige kosten zijn fiscaal simpelweg niet aftrekbaar.

Dus voordat je enthousiast de bedrijfskaart bovenhaalt:

aftrekbaar ≠ gratis

en

betaald door de vennootschap ≠ automatisch fiscaal aftrekbaar.

Wat moet je dan wél doen met winst?

Nu komen we bij het interessantere gedeelte.

Je vennootschap maakt meer winst dan verwacht.

Mooi.

In plaats van te vragen:

“Welke kosten kunnen we nog maken?”

kunnen we beter vragen:

“Wat kunnen we slim met die winst doen?”

Misschien is het verstandig om een buffer op te bouwen.

Misschien staan er volgend jaar investeringen gepland.

Misschien moeten we je bezoldiging bekijken.

Misschien is dividendplanning interessant.

Misschien kunnen VVPR-bis of een liquidatiereserve relevant zijn.

Misschien wil je investeren via de vennootschap.

Misschien moet het geld gewoon even blijven staan.

En ja…

misschien is het inderdaad verstandig om nog bepaalde geplande beroepsmatige investeringen te doen.

Maar dan omdat ze zinvol zijn.

Niet omdat het bijna 31 december is.

Eerst ondernemen. Dan fiscaliteit.

Dat is eigenlijk hoe wij er bij Finsy naar kijken.

Een zakelijke beslissing zou in de eerste plaats economisch verstandig moeten zijn.

Daarna bekijken we hoe we die beslissing fiscaal zo goed mogelijk behandelen.

Niet:

“Ik wil belastingen besparen, wat kan ik kopen?”

Maar:

“Wat heeft mijn onderneming nodig en hoe pakken we dat fiscaal slim aan?”

Dat kleine verschil in denkwijze kan je op termijn behoorlijk wat geld besparen.

Dus: moet je nog snel kosten maken?

Misschien.

Heb je investeringen uitgesteld die je onderneming echt nodig heeft?

Dan kan het interessant zijn om de timing daarvan te bekijken.

Zijn er noodzakelijke zakelijke uitgaven die toch binnenkort moeten gebeuren?

Ook daar kunnen we naar kijken.

Maar heb je eigenlijk niets nodig?

Dan hebben we een bijzonder fiscaal advies voor je:

Koop niets.

Betaal de belasting.

Hou de rest van je winst over.

En gebruik dat geld wanneer je onderneming er écht iets aan heeft.

Want €1 uitgeven om een stukje belasting te besparen, blijft uiteindelijk vooral één ding:

€1 uitgeven.

Finsy. We besparen liever geld dan belasting om de belasting.

Een goede accountant helpt je natuurlijk om niet méér belastingen te betalen dan nodig.

Maar fiscale optimalisatie betekent niet dat we koste wat kost iedere euro belasting proberen weg te werken.

Wij kijken liever naar wat er onderaan de streep overblijft.

Want uiteindelijk bouw je geen sterke onderneming met zoveel mogelijk kosten.

Je bouwt ze met gezonde winst, slimme investeringen en goede beslissingen.

En als de fiscus daardoor af en toe ook iets verdient?

Tja.

Dat betekent meestal dat jij eerst iets verdiend hebt.