Als zelfstandige ben je met duizend dingen tegelijk bezig. Klanten, facturen, btw, belastingen, personeel, die ene mail die je al drie dagen probeert te beantwoorden… Pensioen? Dat is iets voor later.
Alleen: later komt meestal sneller dan je denkt.
En hoewel je als zelfstandige natuurlijk recht hebt op een wettelijk pensioen, is het verstandig om daarnaast zelf iets op te bouwen. Gelukkig bestaan er in België verschillende manieren om dat fiscaal interessant te doen.
We zetten ze even op een rijtje.
Eerst even: krijg je als zelfstandige een wettelijk pensioen?
Ja.
Door sociale bijdragen te betalen, bouw je als zelfstandige rechten op voor onder andere je pensioen. Hoeveel wettelijk pensioen je uiteindelijk krijgt, hangt onder meer af van je beroepsloopbaan, je beroepsinkomsten en je gezinssituatie.
Maar je hoeft het niet bij dat wettelijke pensioen te laten. Je kunt daarnaast een aanvullend pensioen opbouwen.
En daar wordt het interessant.
De pensioenpijlers: wat zijn dat eigenlijk?
In België wordt pensioen vaak onderverdeeld in verschillende zogenaamde pensioenpijlers.
De eerste pijler is je wettelijk pensioen. Dat bouw je op via het Belgische socialezekerheidsstelsel.
De tweede pijler is het aanvullend pensioen dat gekoppeld is aan je beroepsactiviteit. Voor zelfstandigen zijn vooral het VAPZ, de IPT en voor zelfstandigen zonder vennootschap de POZ/VAPZNP relevant.
De derde pijler bestaat uit individuele pensioenproducten zoals pensioensparen.
En daarnaast kun je uiteraard ook gewoon privé vermogen opbouwen via sparen, beleggen, vastgoed enzovoort.
Voor zelfstandigen is vooral die tweede pijler interessant, omdat pensioenopbouw hier vaak gecombineerd kan worden met een fiscaal voordeel.
1. VAPZ: vaak de eerste stap
VAPZ staat voor Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen.
Het is een van de bekendste manieren om als zelfstandige een aanvullend pensioen op te bouwen. Een VAPZ is er niet alleen voor zelfstandigen met een eenmanszaak. Ook wanneer je via een vennootschap werkt, kan een VAPZ mogelijk zijn.
Je stort jaarlijks een bedrag in een pensioencontract. Dat geld wordt belegd of opgebouwd en komt later, onder de wettelijke voorwaarden, beschikbaar als aanvullend pensioen.
Waarom is een VAPZ interessant?
Een belangrijk voordeel zit in de fiscaliteit.
De premies kunnen, wanneer aan de voorwaarden is voldaan, fiscaal in mindering worden gebracht. Daardoor daalt je belastbaar beroepsinkomen.
En daar stopt het niet noodzakelijk.
Omdat je sociale bijdragen als zelfstandige gebaseerd worden op je beroepsinkomsten, kan een VAPZ ook een impact hebben op je sociale bijdragen.
Je combineert dus pensioenopbouw met een fiscaal voordeel vandaag.
Minder belasting betalen én ondertussen sparen voor later? Dat klinkt al een stuk interessanter dan geld gewoon op een rekening laten staan.
Hoeveel je jaarlijks maximaal kunt storten, is begrensd en hangt onder meer samen met je inkomen. Die grenzen worden bovendien geïndexeerd.
2. Sociaal VAPZ: VAPZ met extra bescherming
Naast het gewone VAPZ bestaat er ook een sociaal VAPZ.
Daarbij wordt een deel van de premie gebruikt voor zogenaamde solidariteitsprestaties. Denk bijvoorbeeld aan bepaalde aanvullende waarborgen bij arbeidsongeschiktheid of andere sociale risico’s, afhankelijk van het contract.
Daardoor ligt de mogelijke bijdrage doorgaans hoger dan bij een gewoon VAPZ.
Of een gewoon of sociaal VAPZ voor jou interessanter is, hangt af van je persoonlijke situatie en van de voorwaarden en kosten van het pensioenproduct.
3. IPT: interessant voor bedrijfsleiders met een vennootschap
Heb je een BV en ontvang je een bezoldiging als bedrijfsleider? Dan komt ook de Individuele Pensioentoezegging, beter bekend als IPT, in beeld.
Bij een IPT is het in principe je vennootschap die de premies betaalt voor de opbouw van jouw aanvullend pensioen.
Dat maakt een IPT voor veel bedrijfsleiders een interessante manier om via de vennootschap vermogen voor later op te bouwen.
De premies kunnen onder bepaalde voorwaarden als beroepskost aftrekbaar zijn in de vennootschap. Daarbij moet onder meer rekening worden gehouden met de fiscale grenzen die gelden voor aanvullende pensioenopbouw.
Je kunt dus niet zomaar zeggen:
“Er staat nog €50.000 op de rekening. Stort dat maar even in mijn pensioen.”
Was het maar zo eenvoudig.
Hoeveel ruimte je hebt, moet worden berekend op basis van je concrete situatie.
VAPZ én IPT combineren?
Ja, dat kan.
Voor een zelfstandige bedrijfsleider met een vennootschap hoeft het dus niet noodzakelijk VAPZ óf IPT te zijn.
Beide systemen kunnen naast elkaar bestaan wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan.
Een mogelijke pensioenstrategie kan er daardoor bijvoorbeeld zo uitzien:
wettelijk pensioen + VAPZ + IPT + privé pensioensparen/beleggen.
Op die manier spreid je je pensioenopbouw over verschillende systemen.
4. Geen vennootschap? Dan bestaat er ook POZ/VAPZNP
Werk je als zelfstandige natuurlijke persoon en dus niet via een vennootschap?
Dan heb je uiteraard geen vennootschap die voor jou een IPT kan afsluiten.
Daarvoor bestaat een alternatief: het Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen actief als Natuurlijk Persoon, vaak nog aangeduid als POZ.
Dit systeem is bedoeld om zelfstandigen zonder vennootschap naast hun VAPZ bijkomende mogelijkheden te geven om een aanvullend pensioen in de tweede pijler op te bouwen.
Ook hier gelden specifieke voorwaarden, fiscale regels en grenzen.
5. En dan is er nog gewoon pensioensparen
Los van je beroepsactiviteit kun je ook privé aan pensioenopbouw doen.
Het klassieke pensioensparen behoort tot de derde pensioenpijler. Je stort privé in een pensioenspaarfonds of -verzekering en kunt, binnen de wettelijke voorwaarden en grenzen, genieten van een belastingvermindering.
Voor een zelfstandige hoeft dat dus geen keuze te zijn tussen bijvoorbeeld een VAPZ en pensioensparen.
Je kunt verschillende systemen combineren.
Wat is nu de beste volgorde?
Daar bestaat geen universeel antwoord op.
Welke combinatie interessant is, hangt onder andere af van:
- je inkomen;
- of je werkt via een eenmanszaak of vennootschap;
- je bezoldiging als bedrijfsleider;
- hoeveel pensioen je al hebt opgebouwd;
- je leeftijd en resterende loopbaan;
- je beschikbare cash;
- de fiscale ruimte binnen je pensioenplannen;
- en hoeveel flexibiliteit je zelf wilt behouden.
Een VAPZ kan bijvoorbeeld fiscaal interessant zijn, terwijl een bedrijfsleider daarnaast via zijn vennootschap verder pensioenvermogen kan opbouwen met een IPT.
Maar pensioenopbouw is niet hetzelfde als zoveel mogelijk geld in een pensioencontract stoppen.
Vergeet de kosten en het rendement niet
Een fiscaal voordeel is mooi, maar kijk niet uitsluitend naar de belastingbesparing.
Pensioenproducten kunnen kosten bevatten en verschillen sterk in onder andere beleggingsstrategie, garanties, verwacht rendement en aanvullende dekkingen.
Een product met een interessant fiscaal voordeel maar hoge kosten is daarom niet automatisch de interessantste keuze.
Kijk naar het volledige plaatje.
En wat met gewoon zelf beleggen?
Ook dat kan uiteraard onderdeel zijn van je pensioenstrategie.
Het voordeel van zelf sparen of beleggen is doorgaans de flexibiliteit. Je vermogen zit niet noodzakelijk vast tot aan je pensioen en je bepaalt zelf hoe je het beheert.
Daar staat tegenover dat specifieke pensioenformules fiscale voordelen kunnen bieden die je bij gewone vermogensopbouw niet hebt.
Het hoeft dus opnieuw geen verhaal van of-of te zijn.
Een combinatie kan perfect logisch zijn.
Begin vooral op tijd
Het grootste voordeel bij pensioenopbouw is vaak niet een ingewikkelde fiscale constructie.
Het is tijd.
Wie vroeg begint, geeft zijn vermogen meer tijd om te groeien. Zelfs relatief beperkte periodieke bedragen kunnen over een lange periode een aanzienlijk verschil maken.
Wachten tot je 55 bent omdat pensioen “nog ver weg is”, maakt de inhaalbeweging een stuk moeilijker.
Hoe weet je hoeveel pensioen je al hebt opgebouwd?
Via mypension.be kun je bekijken welke pensioenrechten en aanvullende pensioenplannen voor jou geregistreerd zijn.
Dat is een prima vertrekpunt.
Bekijk wat er vandaag al staat, hoeveel je naar verwachting zult opbouwen en bepaal vervolgens of er een verschil zit tussen dat bedrag en het inkomen dat je later graag zou hebben.
Dat verschil is eigenlijk je pensioenuitdaging.
Finsy-tip 💡
Zie pensioenopbouw niet als iets wat je één keer regelt en daarna twintig jaar vergeet.
Je inkomen verandert. Je vennootschap groeit. Je bezoldiging verandert. Misschien bouw je reserves op of verandert je privésituatie.
Daarom is het slim om regelmatig opnieuw te bekijken:
Wat heb ik al opgebouwd? Hoeveel ruimte heb ik nog? En past mijn huidige pensioenstrategie nog bij mijn situatie?
Want een goed pensioenplan begint niet op je 65ste.
Het begint op het moment dat je beslist om er eens naar te kijken.
En ja… dat mag vandaag zijn. 😉

